Het Recht op Luiheid en het Rijk der Vrijheid

Paul Lafargue

Een zonderlinge waanzin heeft de arbeidersklasse bevangen van de landen waarin de kapitalistische beschaving overheerst. Deze verdwazing sleept in haar gevolg de individuele en sociale ellenden mee die sinds twee eeuwen het droeve mensdom martelen. Deze waanzin is de liefde voor de arbeid, de woedende hartstocht om te werken (Paul Lafargue).

In 1883 verschijnt het pamflet ‘Recht op Luiheid’ van Paul Lafargue, een Franse arts. Hij keert  zich tegen de arbeidsethos uit zijn tijd. Lafargue laat voorbeelden zien van uitwassen. Hele gezinnen inclusief kinderen die wel 15-urige zware werkdagen maken in de textielindustrie. Paul Lafargue  stelt dat de industriële revolutie heeft geleid tot een tijdperk van pijn, leed en verderf. Er is sprake van snoeiharde overproductie. Mensen worden in het arbeidsproces van fabrieken als ding behandeld en als productiemiddel ingezet.

Onder hen zijn er een menigte bleke, magere vrouwen die blootsvoets door de modder waden en die bij gebrek aan een regenscherm als het regent of sneeuwt de onderkant van hun schorten of rokken boven over het hoofd trekken om gezicht en hals te beschermen; een nog aanzienlijker aantal jonge kinderen zijn niet minder vuil, niet minder bleek, in lompen gehuld, helemaal vet van de olie der weefgetouwen. (Paul Lafargue)

Het ‘recht op arbeid’ waar zowel kapitalisten als marxisten voor strijden, is volgens Lafargue niets anders dan het ‘recht op ellende’. Alleen onder het regime van de ‘luiheid’ kan de mens zijn oorspronkelijke levenslust hervinden. In de zogenaamd arme samenlevingen (Polynesische eilanden) zijn de mensen arm aan geld, maar rijk aan levenslust en geluk. In onze maatschappij lijden we aan de slavernij van de loondienst die ons tot uitputting drijft. Pas als ‘het recht op vrije tijd’ bestaat, zal het werken als een vorm van behoeftebevrediging worden gezien. De norm is dan het plezier dat men aan (extra) werk ontleent.

De kluwen van tijdstress, geld en ‘moeten’

De theorie van Lafargue is een behoorlijke provocatie voor iedereen die gelooft dat hard werken gelukkig maakt. Maar interessant is wel dat de problemen met ’tijd’ en ‘geld’ en ‘werk’ vaak behoorlijk verweven zijn. Hoe beter we ons hiervan bewust zijn, hoe meer mogelijkheden we hebben om echte keuzes te maken. In plaats van geleefd te worden door normen en patronen die ziekmakend zijn.

Om te beginnen is nogal wat tijdstress in onze tijd verbonden met de noodzaak om genoeg te verdienen. Of om werk niet kwijt te raken. We zitten nog steeds in een halve recessie. De banen liggen niet voor het opscheppen. Je wil de huur of hypotheek van je huis kunnen betalen. Misschien wil je meer…

Onze leefwijze van nu, met auto’s en vakanties, kost geld. Veel geld. Er is simpelweg de noodzaak om te werken en soms ook de noodzaak om arbeidsomstandigheden  met  tijdstress te accepteren. En als we met ons verdiende geld dan weer dure dingen gaan doen of tegen geld van alles gaan uitbesteden, ontstaat er een merkwaardige TijdRatRace. Ook je eigen ambities en hoge doelen kunnen je aanjagen, in je persoonlijke tijdstressmolen. Vaak zit daar een vorm van angst achter en de behoefte aan erkenning, die vertaald wordt in geld en bezittingen. Of de noodzaak om anderen te onderhouden, kinderen die kansen nodig hebben.

Cultureel en economisch  gezien, ‘moeten’ velen van ons dan ook hard of zelfs heel hard werken. In mijn tijdonderzoek kom ik nogal wat mensen tegen, die meer werkuren maken dan zij eigenlijk zouden willen. Of meer druk en verantwoordelijkheden op zich nemen dan goed voor hen is. Waardoor er geen balans is in het leven.

Het Rijk der Vrijheid

Het kan anders. Op verschillende manieren. De minimalisten proberen deze cyclus bewust te doorbreken. Zij maken ruimte in hun leven door te minderen. Minder stuff, minder ballast. Wegdoen van spullen die je toch niet gebruikt en die je ruimte en je zorg en aandacht in beslag nemen. Er komt ruimte vrij voor wat echt gelukkig maakt.

Dat zit vaak op een ander vlak: scheppende arbeid, creatief zijn. Of sociaal werken, iets voor anderen betekenen. Betekenis geven wordt belangrijker dan bezittingen verwerven. En het verrichten van arbeid krijgt weer terug waar het voor bedoeld is: geen tijdverdrijf of ‘moeten’ van buitenaf, uit angst ten onder te gaan, maar ‘willen’, omdat arbeid iets toevoegt aan de wereld.

Een mooi voorbeeld vind je in dit filmpje.

Het aardige is dat ook binnen onze materieel rijke samenleving mogelijkheden zijn om minder vast te zitten in de noodzaak van ‘veel en hard werken’. Om uit de dwang van tijd te stappen die extern opgeëist wordt. Het Rijk van de Vrijheid (waar trouwens ook Marx utopisch over sprak in Das Kapital) begint waar de arbeid stopt, die buiten ons om door noodzaak en door anderen wordt bepaald. De factor tijd wordt minder dwingend als we zelf kiezen hoe we onze tijd besteden.

Laten we lui zijn in alle dingen,
behalve in het lief hebben en drinken,
behalve in het luieren.
(Lessing)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.